Overdenking: De mus en de zwaluw


“Zelfs de mus vindt een huis en de zwaluw een nest waarin ze haar jongen neerlegt, bij uw altaren, HEER van de hemelse machten, mijn koning en mijn God.” (Psalm 84:4)

Een mus en een zwaluw leven dicht bij mensen. Op de zolder van de oude boerderij waarin ik opgroeide, hoorden we de mussen scharrelen onder de dakpannen als zij daar een nestje gemaakt hadden. Voor de broedende zwaluwen moest de schuurdeur een beetje open blijven, zodat zij in en uit konden vliegen. Het gaf wel wat rommel en ongemak, maar ik ben blij dat ik de liefde voor deze vogels meegekregen heb.

In de Bijbel hebben deze kleine dieren ook een plaats. De dichter van Psalm 84 zou een pelgrim kunnen zijn, die op een feest in de tempel komt, vol verlangen om daar in Gods nabijheid te zijn. In het Oude Testament is de tempel dé plaats waar God woont. Daar wordt Hij gediend, daar worden de offers gebracht en ontvangen de mensen vergeving en mogen ze opnieuw beginnen. Het oog van de pelgrim valt op de mussen en de zwaluwen, die af en aan vliegen en zomaar in de voorhof wat graantjes mee pikken of vliegen vangen. Ze zoeken een veilige plek voor hun nestjes en vinden die in de buurt van het altaar. Daar komen ze tot rust. Daar voelen ze zich thuis. De pelgrim geniet van dit moment in de tempel in de aanwezigheid van God. Kon hij hier maar altijd blijven, zoals die vogels. Hij zegt: ‘Gelukkig wie wonen in uw huis, gedurig mogen zij U loven.’

Wonen in Gods huis, wat betekent dat nu? Petrus spreekt over een geestelijke tempel van levende stenen. (1 Petr. 2:5) We mogen ‘wonen’ in de gemeente van Christus. Hier mogen we thuiskomen, God en elkaar ontmoeten, hoe verschillend we ook zijn en een graantje meepikken. Hij spreekt tot ons en we zingen Hem de lof toe. Jezus geeft ons een nóg beter perspectief op het huis van God. Voordat Hij naar de hemel ging beloofde Hij een plaats voor ons klaar te maken in het huis van zijn Vader met de vele kamers.

Met vallen en opstaan zoeken wij onze weg. De praktijk van ons leven is dat we misschien niet altijd zo sterk verlangen naar God, ook al willen we dat wel. Wij hebben onze ups en downs of komen er gewoonweg niet aan toe. Ik wens iedereen van die momenten toe, waarop we even dicht bij God mogen zijn, thuis, in gebed, in een kerkdienst, op een club, een conferentie, in de natuur of hoe dan ook. Dat dat momenten zijn, waarop ons verlangen naar God aangewakkerd wordt. En dat we net als de mus en de zwaluw een schuilplaats vinden bij God en vol goede moed verder kunnen.