Overdenking: ‘Op leven en dood’
Marta zei tegen Jezus: ‘Als U hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn’.
Maar Jezus zei: Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft. Geloof je dat? – Johannes 11: 21, 23
Als ik dit schrijf, staat het nieuws bol van het oorlogsgeweld. Bovenop de oorlogen die er al waren (Oekraïne, Soedan) woedt er nu een oorlog van Amerika en Israël tegen Iran, terwijl Israël ook Libanon binnentrekt. Opnieuw wordt het fragiele evenwicht in het Midden-Oosten verstoord. Niemand weet hoe het gaat aflopen; wel dat het op zijn minst nog lange tijd onrustig zal zijn. Talloze gewone mensen lijden onder dit geweld. Dat geldt ook voor onze geloofsgenoten in Israël, de Palestijnse gebieden, Libanon en Iran.
Binnenkort vieren we als wereldwijde kerk Pasen. Het feest van Jezus’ overwinning op de dood. Je zou je kunnen afvragen: lijkt de toestand in de wereld niet eerder op Goede Vrijdag dan op Pasen? Er is zoveel haat en angst, zoveel dood en verderf dat wordt gezaaid door machthebbers; er zijn zo weinig hoopvolle tekenen van vrede, recht en verzoening. Het lijkt erop dat toch altijd weer de strijd het laatste woord heeft, in plaats van de vrede. Is Pasen dan een niet meer dan een droom, een onbereikbaar ideaal, iets van de verre toekomst misschien? En toch. Pasen gaat nu juist over de strijd van leven en dood. Ja, Jezus is opgestaan uit de dood; we mogen geloven dat de dood en het kwaad zijn verslagen. Maar de dood is nog niet afwezig in onze wereld, hij is er juist alomtegenwoordig present. Het vraagt diep en oprecht geloof, om in de tegenwoordigheid van zoveel dat er mis gaat, vast te houden aan de belijdenis dat het graf op de derde dag leeg was en dat de Heer werkelijk is opgestaan.
Ik dacht aan Johannes 11, het bekende verhaal van de opwekking van Lazarus. De zusters Marta en Maria worden keihard geconfronteerd met de realiteit van ziekte en dood. Ze hadden gehoopt dat Jezus op tijd zou zijn om Lazarus te genezen. Maar Hij kwam te laat. Lazarus was al dood en begraven. Ook van Jezus zelf lezen we even later dat Hij huilde bij het graf van zijn vriend. Toch twijfelt Jezus niet aan Gods macht en ook niet aan zijn roeping. Integendeel, hier in het aangezicht van de dood spreekt Hij ongelooflijke, bijna provocerende woorden woorden uit: ‘Ik ben de opstanding en het leven’. Hij zal zelf opstaan, maar Hij ís het ook. In Hem woont het leven dat in God is. Diezelfde levenskracht geeft Hij aan wie in Hem gelooft. Het is niet voor niets dat deze woorden van Jezus vaak op een begraafplaats zijn te vinden en dat ze bij een uitvaart worden uitgesproken. Het geloof in de opstanding betekent niet dat we de realiteit van de dood ontkennen. Maar we zeggen wel dat er Iemand is die sterker is dan de dood en dat Hij heeft overwonnen, halleluja.
Even later roept Jezus Lazarus uit het graf tevoorschijn. Dan lezen we: ‘de dode kwam tevoorschijn’. Tot grote ontsteltenis van allen die erbij staan. De gestorvene blijkt levend! Het is een voorproefje van wat er op Pasen zal gebeuren, móet gebeuren. Dan zal blijken dat Jezus de Opstanding is, in eigen persoon.
Wanneer wij als kerk Pasen vieren, ontkennen we dus niet de realiteit van het wereldgebeuren. We zien die in het gezicht – maar we kijken ook verder, we richten onze ogen op Jezus, de Opstanding. Dat vervult ons met gegronde hoop. Daarom weet ik zeker dat ook onze geloofsgenoten in het Midden-Oosten vol overgave Pasen zullen vieren. Zelfs te midden van de puinhopen. Daarom vieren wij het ook, en we weten ons met hen verbonden. Op Pasen mogen we elkaar weer vreugdevol en hoopvol begroeten: De Heer is waarlijk opgestaan! Halleluja!
Predikant