Overdenking: O kom, o kom…


Een van de meest geliefde Adventsliederen is ‘O kom, o kom Immanuel’. Zo begint het lied in het ‘rode’ Liedboek van 1973. Dat is de versie waarin de meeste mensen het hebben leren kennen. Het is een vertaling door Willem Barnard van het Latijnse ‘Veni, Veni Emanuel’ of het Engelse ‘O come, o come Emanuel’. Elke refrein eindigt met deze regels: ‘Wees blij, wees blij, o Israel! Hij is nabij, Immanuel.’ De versie uit het Liedboek 2013, Lied 466, begint anders: ‘O wijsheid, daal als vruchtbare taal’. Waarschijnlijk is het lied qua tekst en melodie ontstaan in de 18e eeuw. Maar het klinkt (door de toonafstanden in de melodie) veel ouder, het doet zelfs een beetje Gregoriaans aan. De wortels van de tekst zijn in elk geval veel ouder. In de ondertitel van lied 466 staat: ‘naar de O-antifonen van de zeven dagen vóór Kerstmis’. De O- antifonen zijn Gregoriaanse gezangen die in de Middeleeuwen werden gezongen in de week voorafgaand aan Kerst, een gezang voor elke dag. Een antifoon is een lied in beurtzang, als vraag en antwoord. In elk van deze liederen wordt de komende Messias aangeroepen met een naam uit het Oude Testament:
O Wijsheid (naar Spreuken 8:1-6)
O Adonai (Heer, naar Deuteronomium 10:16-22)
O Wortel van Isaï (naar Jesaja 11:1- 10)
O Sleutel van David (naar Jesaja 22:20-22)
O Dageraad (naar Maleachi 4:1-3) O Koning van de volken (naar Jeremia 10:1-7)
O Immanuel (naar Jesaja 7:14)

In de versie uit het Liedboek 2013 heeft dichter Willem Barnard deze oude traditie van de O-antifonen weer opgepakt. Elke aanroep krijgt een eigen couplet. Vandaar dat het lied anders begint dan we gewend zijn. Het is de moeite waard om dit lied eens aandachtig te lezen, couplet voor couplet. Of om het langzaam te bidden. Dan bid je als het ware mee met de gelovigen van het Oude Testament en leer je hoe zij uitkeken naar de Messias en wat zij van Hem verwachtten. Maar wij als nieuwtestamentische gelovigen, die geloven dat deze beloften vervuld zijn met de komst van Jezus Christus, kijken net zo goed uit naar de volkomen vervulling ervan. We leven immers in de spanning van wat er al is en wat nog komt. Ik beperk me nu tot het eerste couplet:

O wijsheid, daal als vruchtbare taal Het zaad verdort, de oogst wordt schraal,
op aarde plant het kwaad zich voort, de waanzin voert het hoogste woord.
Dat de waanzin het hoogste woord heeft op aarde, denk ik ook wel eens. Maar dat is vast niet voor het eerst in de geschiedenis het geval. Ook in vroeger tijden konden de chaos en de gekte om zich heen grijpen. Volgens een oude uitlegtraditie (ook weer uit deMiddeleeuwen en Vroege Kerk) is de wijsheid waarover het in Spreuken gaat, een verwijzing naar Jezus Christus die de ware wijsheid leert, die zelf de ware Wijsheid is. Het lied bidt dat de wijsheid de dwaasheid zal verdrijven. Een mooi gebed voor politici, voor de samenleving – en voor onszelf. Het refrein, de laatste twee regels, is steeds hetzelfde. De aanroep ‘O kom, o kom Emanuel’, die oorspronkelijk aan het begin stond, is door de dichter verplaatst naar het eind. De oproep ‘Wees blij’ uit het oude gezang 125 is op deze manier een gebed geworden, een gebed vol verlangen en vertrouwen: ‘Verblijd uw volk, uw Israel’. De melodie heeft iets smekends en dat geeft een intense toon aan dit prachtige lied.

De Anglicaanse priester Tish Warren schrijft: ‘Deze poëtische gebeden vertolken verlangen en hoop. Ze vertellen ons dat we een redder en losprijs nodig hebben. Ze herinneren ons eraan dat we, zelfs al hadden we de naam Jezus nog nooit gehoord, nog steeds alles nodig hebben wat Hij ons kan geven. (…) De betekenis van de O- antifonen mag niet naar het verleden verwezen worden. Heel het zuchten van de schepping, alle tragedies en ellende van de geschiedenis, alle verwarring en onwetendheid die de mensheid kenmerkte voordat Christus kwam, is bij ons aanwezig.’ En daarom blijven we dit gebed elk jaar weer bidden en zingen, vol verlangen – totdat Hij komt.

– Ds. Coen van Alphen