Overdenking: De grootste


Wie is de grootste in het koninkrijk van de hemel? Dat is de vraag waar de leerlingen van Jezus mee bezig zijn in Matteüs 18. Willen wij ook niet vaak groot en belangrijk zijn? De beste plek hebben, in elk geval groter en beter dan een ander? Jezus roept dan een kind en zet het in het midden van de kring leerlingen. ‘Wordt zoals een kind, dan ben je de grootste in het koninkrijk. En wie in mijn naam één zo’n kind ontvangt, die ontvangt Mij antwoordt Jezus.’ Kinderen, in hun kennis en kracht nog ‘gering’, zijn ons voorbeeld. Wat een bevrijding dat we niet de grootste, sterkste of gelovigste hoeven te zijn. Jezus neemt het voor je op als je je aan Hem toevertrouwt, zoals dat kind in het midden. Hij zegt nog meer. Hij is zélf in zo’n kind aanwezig onder ons. Herkennen en ontvangen wij Hem? ‘Waak ervoor ook maar een van deze geringe mensen te verachten. Want Ik zeg jullie: hun engelen in de hemel aanschouwen onophoudelijk het gelaat van mijn hemelse Vader.’ (Mat. 18:10) Een strenge waarschuwing: kijk niet neer op mensen, die in onze ogen minder belangrijk zijn. Voor God zijn zij bijzonder kostbaar. Hij zet zijn engelen voor hen in. Engelen zijn er ten dienste van God en van mensen. Zij zien Gods gezicht, zij houden de wacht en staan klaar om Gods bevelen op te volgen. Jezus geeft ons hier een blik achter de schermen. God waakt over geringe levens, jong en oud. Hij zoekt dat ene afgedwaalde schaap. Daarom bad Jezus voor zijn leerlingen tijdens het pesachmaal (Joh. 17). Hun geloof zou zwaar op de proef worden gesteld. Ze hadden Jezus’ gebed nodig. Maar Jezus bad ook voor allen die door hun verkondiging in Hem gaan geloven. Daar heeft Hij al voor óns gebeden, omdat Hij ons kent en weet dat ook wij het anders niet redden. Zo waakt Hij over ons, onze gemeente en heel zijn kerk. Hij houdt ons vast. Hij is als dat kind in ons midden. Wij mogen in al onze broeders en zusters iets van Jezus herkennen en ontvangen. Laten we elkaar zien door de ogen van Jezus, als geliefde kinderen van God, elkaar dienen en voor elkaar bidden, zoals Hij deed. Jezus ging de weg van vernedering tot het bittere eind. Hij gaf aan het kruis zijn leven vol vertrouwen in Gods hand. Hij is de grootste in het koninkrijk van de hemel.